• Zaterdag, 19 mei 2012
  • Gratis La-France NieuwsbriefAbonneer u nu gratis op alle tips, adviezen en artikelen over Frankrijk

    magazine.png

  • Weerbericht
    Het weer in Frankrijk,


    19°C


    Centre

    Laat het weer zien in de regio:


    Weersvoorspelling

  • Alle La-France regio's
    Alsace
    Aquitaine
    Auvergne
    Basse-Normandie
    Bourgogne
    Bretagne
    Centre
    Champagne-Ardenne
    Corse
    Franche-Comte
    Haute-Normandie
    Île-de-France
    Languedoc-Roussillon
    Limousin
    Lorraine
    Midi-Pyrénées
    Nord-Pas-de-Calais
    Pays de la Loire
    Picardie
    Poitou-Charentes
    Provence-Alpes-Côte d'Azur
    Rhône-Alpes
  • Samenwerkingspartners

    Op vakantie naar Frankrijk
    Dordogne.nl

  • La-France
    • home
    • campings
    • vakantiehuizen
    • hotels
    • chambre d'hotes
    • gites
    • regio's
    • te koop
    • te doen
     
    home
  • > Home >> Artikelen >> Wichelroedeloper

    Wichelroedeloper

     

    Sourcier

    SourcierAndré is een wichelroedeloper, een waterzoeker:  un sourcier. Afgeleid van het woord source, dat bron betekent. Ooit ontmoette ik een vrouw die hetzelfde kon. Een vrouwelijke waterzoeker heet: sourcière. Toentertijd had ik nog nooit van dat woord gehoord en dacht dat ze sorcière zei, met een “u” minder. Dat betekent echter heks ... De dame liet goed merken dat ze niet blij was en ik zat met het schaamrood op de kaken.

    Voor sommige mensen zitten heks/ tovenaar en waterzoeker in dezelfde hoek. Maar hier in de Dordogne-streek vindt bijna iedereen zo iemand heel gewoon. Ook André is wijd en zijd bekend om zijn gave en wordt regelmatig gevraagd door mensen die een put willen slaan in hun tuin. Deze 68 jarige voormalige restauranthouder uit la Capelle Biron gebruikt zijn gave voor zijn plezier. Hij vraagt geen geld voor zijn werk maar komt alleen onder de voorwaarde dat mensen écht een put aan laten leggen op de, door hem en zijn tak, aangewezen plek.

    Het is nog vroeg in de ochtend wanneer ik naar het huis van de sourcier rijd. De weg snijdt slingerend door bossen en velden, kilometers lang. De ochtendzon werpt zonnevlekken op het asfalt en de wind laat ze dansen.

    Een hartelijke ontvangst valt mij ten deel. Op het terrein staan drie huizen en een azuurblauw zwembad ligt te schitteren in de zon. Het blijkt dat de Franse watermaatschappij, le Sogedo,  nooit rijk zal worden van André: zowel de huizen als het zwembad worden gevoed  door, hoe kan het ook anders, een bron. Het slaan van de put heeft hem echter bijna het leven gekost; de vrijgekomen aardgassen bedwelmden hem. ‘Het was mijn tijd nog niet,’ zegt André lachend. De man blijkt veel humor te bezitten; in rap Frans komt de ene grap na de andere over zijn lippen. Sommige dingen ontgaan me echter, zo snel praat hij. Met zijn dikke buik, kale hoofd en bebrilde gezicht lijkt André een hele gewone man, niet iemand met een mysterieuze gave …

     

    Hazelaartakje

    De goedlachse André neemt me in zijn auto mee naar een terrein waar hij zijn gave in de praktijk zal laten zien.  Er zijn sourciers die een waterader vinden middels een pendel boven een gedetailleerde kaart. Anderen, zoals André, zijn het liefst ter plekke en zoeken met een gevorkte tak. Een vers takje van een hazelaar om precies te zijn. Volgens André versterkt deze houtsoort het beste de energie van de mens. Het moet vers zijn om deze energie goed te geleiden.

    Op mijn vraag hoe André zijn gave heeft ontdekt, antwoordt hij dat zijn vader de gave al had en hij deze van hem geërfd heeft. Hij kan naast water zoeken ook wratten, vuur uit brandwonden en pijn weghalen. Met een pendel boven een gedetailleerde kaart vindt hij, volgens eigen zeggen, bovendien regelmatig verloren gewaande huisdieren terug voor wanhopige diereneigenaren.

    Even later komen we aan op een terrein met twee meren en  bos rondom. De meertjes blijken het werk van een graafmachine en worden gevoed door een bron die een aantal jaar geleden door André is ontdekt.  De vrolijke man zit vol met grapjes - zelfs nogal schuine - en praat er vrolijk op los.

    Hij legt me iets ingewikkelds uit dat le système belier heet. Wat ik ervan begrijp is dat dit “Stormram systeem” een natuurlijke pomp is waar geen elektriciteit aan te pas komt. Het werkt door gebruik te maken van de aanwezige waterdruk en een overhevelingsysteem om die druk op te voeren. Het enige zichtbare, van deze  ingenieuze wijze van een meer vullen met bronwater,  is een verzameling PVC buizen die boven het wateroppervlak uitsteekt. Dit systeem is een vondst die dateert uit het jaar 1792, ontsproten aan de breinen van Joseph Montgolfier en zijn zoon Pierre  – tevens de uitvinder van de heteluchtballon, Mongolfière genaamd in het Frans.

    Ik vraag André hoe hij de toekomst van de aarde ziet wat betreft het voorspelde watertekort. Volgens hem zal er altijd voldoende water aanwezig zijn. Een geruststellende gedachte.

    WichelroedeloperDan verdwijnt de sourcier met een opengeklapt zakmes tussen de bomen, op zoek naar een geschikte tak. Hij blijft lange tijd weg, het is kennelijk een serieuze zaak. Ik heb zodoende de tijd om op mijn gemak wat rond te scharrelen op het terrein. Langs de waterkant zitten groene en bruine kikkers luidkeels te kwaken. Wanneer ik ze nader,  springen ze met doffe plonzen in het groenige water en verdwijnen uit het zicht. Tegen de bosrand staat een viertal bijenkasten, gemaakt van uitgeholde oude boomstronken. Iedere deksel wordt  op zijn plaats gehouden door het gewicht van een oude autoband. De bijenwoningen doen me denken aan een stelletje dwergen die gemoedelijk naast elkaar staan en uitkijken over de meren. De bezige bijen lijken bij-zonder tevreden met hun onderkomen en vliegen bedrijvig in en uit.

     

    Eigen leven

    Met een lange gevorkte tak in zijn knuisten komt André op een andere plek het bos weer uit. Voordat hij aan de slag gaat maakt hij eerst zijn hoofd leeg, zo zegt hij. En dat, als hij een bron wenst te vinden, hij zijn geest in stelt op “water”. ‘Gedurende mijn zoektocht denk ik aan niets anders meer dan aan water’, voegt hij eraan toe. ‘Een bron of waterader kan ook gevonden worden zonder tak als een persoon heel gevoelig is – diegene voelt dan kou  in zijn handpalmen op het moment dat hij/ zij met de handen boven de plek is aangekomen. Maar een (hazelaar)tak versterkt de menselijke energie en vertaalt het in een neerwaartse beweging’. De sourcier spreekt gepassioneerd over zijn gave. Hij praat ook met consumptie; sommige spuugspettertjes raken van tijd tot tijd mijn arm. Het valt me op dat hij nu heel geconcentreerd en serieus is, de grapjes blijven even achterwege. ‘Men heeft niet genoeg geld om te betalen voor wat ik weet, maar dat wat ik weet is alles en niets waard’, zegt hij serieus, maar lachend.

    Bijenkast boomstamIk zie André een paar minuten later met geconcentreerde blik langzame, weloverwogen  passen nemen.  De hazelaartak, horizontaal voor zich uitgestoken, losjes in zijn handen met de polsen naar beneden gericht. Na een achttal passen buigt het takje langzaam naar beneden. Hij houdt even stil en loopt daarna langzaam verder; het takje neemt zijn horizontale positie weer aan. ‘Tussen het punt waar ze boog en weer recht ging bevindt zich de bron’, zegt  de sourcier vol overtuiging. Nu moet nog de diepte worden gemeten vervolgt hij. De diepte meet hij buiten de zone van waar de bron zich bevindt:  Hij draait naar links en telt zijn passen tot de hazelaartak opnieuw buigt. Dit gebeurt na drie stappen al. Dit getal vermenigvuldigd hij met drie – water zakt en stijgt namelijk door zand of klei in de grond – en concludeert dat de bron zich op negen meter diepte bevindt.

    Dan vraagt André of ik het ook wil proberen. Ik word een beetje nerveus en vlokjes faalangst dwarrelen mijn lijf binnen. Hij laat me zien hoe ik de tak vast moet houden, sluit even zijn grote handen om mijn polsen en laat me dan los. De man lijkt volledig op zijn gemak, er straalt een grote rust en puurheid van hem uit . Die gemoedstoestand raakt me letterlijk en figuurlijk. Hij zegt met zachte stem ‘vouloir est pouvoir’: willen is kunnen. Dagelijkse gedachten en hectiek vloeien uit mijn hoofd totdat ik alleen nog maar “water” denk.

     

    Misschien wil ik te graag dat het lukt, ik heb althans iets later resultaat dan André, maar het lúkt. Het takje buigt op een gegeven moment, weliswaar niet exact op dezelfde plek als de sourcier, langzaam richting de grond. Het is alsof mijn handen een eigen leven gaan leiden wanneer ik, al lopende, mijn duimen omhoog voel gaan en mijn polsen naar mijn buik beginnen te wijzen op de plek waar de bron ongeveer zou moeten zitten. De druk is ferm en geleidelijk; André knikt tevreden. Wanneer ik eraan terugdenk, voel ik nog steeds die ferme tinteling in mijn polsen!

    Druipsteengrot

    Het blijkt dat de sourcier ook een grot heeft ontdekt op dit terrein. Een druipsteengrot om precies te zijn. De man had een vermoeden dat er wel eens een grot kon zijn op het terrein. Om de exacte plek te vinden maakte hij zijn hoofd leeg en dacht, in plaats van aan water, aan “leegte” – door aan  geneeskrachtige klei, mineralen en ijzer te denken, kunnen ook die zaken gevonden worden. Op deze wijze heeft hij de exacte grenzen van de holte onder zijn voeten vast kunnen leggen. Daarna kon hij een geschikte ingang maken en beginnen met het begaanbaar maken van de gangen en ondergrondse zalen.

    druipsteengrotHij heeft geen zin in een parkeerplaats vol toeristen en rondleidingen. Maar voor sommige mensen maakt hij een uitzondering, zo ook voor mij: Door een smalle ingang volg ik André de grot in. Aan het plafond in een kleine zaal hangen grillige steenformaties met grote kalkachtige druppels aan hun uiteinden, stalactieten genaamd. Gezien hun lengte zijn ze volgens hem minstens 20 duizend jaar oud omdat ze maar een centimeter per honderd jaar groeien. Het ruikt er vochtig  en onze stemmen vervormen in de kleine ruimte. De grot blijkt bewoond te zijn: achterin de gang hangen vleermuizen in hun zachte bontjassen ondersteboven aan het plafond. Kleine kraaloogjes gaan verstoord open en zwarte vleugels worden wat strakker om de lijfjes geslagen. Ze zijn duidelijk in hun dagrust verstoord door het licht van de zaklamp en onze aanwezigheid.

    De gang wordt op een gegeven moment onbegaanbaar doordat aarde de weg versperd; duizenden jaren geleden binnengebracht met grondwater toen de grot nog vol stond met water. Op mijn buik verdergaan is een optie, daar zie ik echter van af. Op een andere plek in de kleine grot staat een ladder in een diep gat. Ook die verticale gang is nog te exploreren. Wie weet wat de sourcier  nog allemaal gaat ontdekken in de loop der jaren ... Hij heeft echter geen haast en vermoedt dat hij de grot onmogelijk helemaal uit kan graven omdat de totale lengte volgens zijn metingen wel 250 meter bedraagt. Het zal tientallen jaren duren om dat in zijn eentje klaar te spelen.

     

    Praten met planten

    Spontaan nodigt André mij uit om te blijven lunchen en een half uurtje later zit ik aan het aperitief. Hij  is druk in de weer met dressing en salade, terwijl er twee entrecotes op het fornuis staan te sudderen. Het is een lunch zoals dat in Frankrijk gaat: voor-, hoofd- en nagerecht met een goede wijn erbij. Ik ben dankbaar voor zijn hartelijke ontvangst en uitleg en voel me een gewaardeerde gast. De wichelroedeloper is weer even chef-kok geworden.

    Het huis waar hij met zijn huidige vrouw woont – zij is een stuk jonger en werkt nog –  staat vol met welig tierende planten. Ik zie een begonia met een formaat bladeren en bloemen die ik nog nooit van mijn leven heb gezien. Ik kijk André onderzoekend aan terwijl hij uit de kraan een kan met water uit zijn eigen bron vult. En verdenk hem ervan dat hij, naast water zoeken, wratten, vuur uit brandwonden en pijn weghaalt, ook veel met de planten praat en ze af en toe zelfs instraalt. Of zal het door de kwaliteit bronwater komen dat de plant een – bijna –  oerwoudformaat heeft? Ik vraag het niet;  van mij mag de sourcier ook een beetje sorcier zijn. Het is goed zo.



    Schrijfster
    Danielle van DuijnDanielle van Duijn is de schrijfster van het boek "VerhalenderWijs". Hierin beschrijft zij hoe ze  door het wonen in la douce France steeds wat wijzer is geworden. Over zichzelf, het buitenleven, het volk, het land, de verschillen met Nederland en het leven in het algemeen. Soms door schade en verdriet, maar bovenal met verbazing en plezier. De belevenissen uit haar nieuwe leefwereld heeft zij naar waarheid en in chronologische volgorde aan het papier toevertrouwd. Dit boek is het resultaat! Het boek bestaat uit 88 korte verhalen, telt 292 bladzijden en is geïllustreerd met cartoons. Bestel het boek van Danielle hier.
  • Zoeken
  • Artikelen
    Jagen op houtduiven in de Perigord
    Truffels zoeken in de Dordogne
    Le Feuillardier
    Figureren in Franse kostuumfilm
    Nederlandse in Franse raad
    Danielle van Duijn, pure Francaise
    Galettes des rois
    Monpazier, plus belle village
    Paardenman
    Pruimen oogst

    Nederlandse wijnboeren
    Cognacvaten maken
    Wichelroedeloper
    Frelon of hoornaar bestrijden
    Lou peyrol en gehandicapte kids
    Maison van Stijn
  • Alle La-France websites
    Bezienswaardigheden Frankrijk 
    Campings Frankrijk 
    Chambre-dhotes Frankrijk
    Cursussen Frankrijk 
    Regio’s Frankrijk 
    Gites Frankrijk 
    Golfen Frankrijk
    Hotels Frankrijk 
    Huis kopen Frankrijk 
    La France
    Last minutes
    Vakantiehuizen huren Frankrijk
    Vakantie Frankrijk
    Wintersport in Frankrijk
  • Populaire bestemmingen   vakantiehuizen     home     cursussen-in-frankrijk     huizen     bezienswaardigheden     campings     hotels     regio-s     chambre-d-hotes     gites  
 
Contact
Over La-France
FAQ
Nieuwsbrief
Adverteren
Samenwerken
Ik wil ook op La-France
Mijn La-France
Inloggen
© 2012 La-France
Sitemap
Gebruiksvoorwaarden
Privacy policy